Hoge Raad zet (voorlopig) streep door schadevergoeding Stefan de Vrij

Enige tijd terug schreef ik al over het geschil dat Stefan de Vrij heeft met zijn voormalig zaakwaarnemer SEG. De Vrij meende dat hij schade had geleden omdat SEG tekort was geschoten bij de bemiddeling van de transfer van De Vrij naar Inter Milan. De Rechtbank Amsterdam was het met hem eens en kende een schadevergoeding toe van EUR 4,75 miljoen. In hoger beroep verhoogde het Hof Amsterdam dit bedrag zelfs naar ruim EUR 5,2 miljoen. Maar daarmee was de zaak nog niet klaar. SEG meende dat het Hof Amsterdam fouten had gemaakt in haar juridische beoordeling en motivering en stapte naar de Hoge Raad. Met succes. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof Amsterdam en zette zo, in ieder geval voorlopig, een streep door de schadevergoeding. Het Hof Den Haag moet nu nogmaals naar de schadevergoeding kijken.

Even terug: Wat speelde er ook alweer?

Bij de transfer van profvoetballer Stefan de Vrij van AS Roma naar Inter Milan, ontving zijn zaakwaarnemer / bemiddelaar SEG van Inter Milan een vergoeding van minimaal 7,5 miljoen euro. De Vrij meende dat dit niet kon omdat SEG hem niets verteld had, terwijl SEG ook voor hem bemiddelde. SEG meende enkel voor Inter Milan op te treden. Wanneer een bemiddelaar optreedt namens een partij en een eigen belang heeft bij de transfer, dient deze daarover openheid van zaken te geven aan zijn client. Dat is vastgelegd in de Nederlandse wet. SEG had dit niet gedaan en De Vrij vordert schadevergoeding, omdat hij meent dat hij een betere deal had kunnen sluiten indien hij van het belang van SEG had geweten.

SEG meent niet namens De Vrij te hebben opgetreden. Zowel de Rechtbank als het Hof Amsterdam oordeelden anders. SEG trad wel degelijk op namens De Vrij en had haar belang moeten melden. Door dat niet te doen had De Vrij schade geleden, die door de Rechtbank en het Hof werd begroot op respectievelijk EUR 4,75 en ruim EUR 5,5 miljoen euro.

SEG meende dat het Hof cruciale fouten heeft gemaakt in de juridische beoordeling en tekende cassatie aan bij de Hoge Raad.

Wat vond de Hoge Raad?

SEG was het niet eens met de beslissing van het Hof Amsterdam en stapte dus naar de Hoge Raad. Het bijzondere aan een zaak bij de Hoge Raad is dat deze niet nog derde keer de feiten behandelt. De Hoge Raad beperkt zich tot juridische vraagstukken. SEG kon dan ook alleen klagen over onjuiste toepassing van het recht en gebreken in de juridische motivering. SEG vond dat daarvan sprake was en klaagde dat het Hof ten onrechte geen uitzondering had gemaakt op de wettelijke mededelingsplicht van SEG. Daarnaast richtte SEG haar pijlen op de juridische beoordeling van de schade door het Hof.

Mededelingsplicht SEG

Het eerste bezwaar van SEG tegen het arrest van het Hof Amsterdam betreft de beoordeling SEG een plicht heeft om aan De Vrij mede te delen dat zij ook een commissie van Inter Milaan ontving. Deze bepaling (artikel 7:418 lid 1 BW) luidt:

Heeft, buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 416 en 417, een lasthebber direct of indirect belang bij de totstandkoming van de rechtshandeling, dan is hij verplicht de lastgever daarvan in kennis te stellen, tenzij de inhoud van de rechtshandeling zo nauwkeurig vaststaat dat strijd tussen beider belangen is uitgesloten.

SEG is in deze zaak lasthebber van Stefan de Vrij, zodat wanneer SEG zelf belang had bij een deal (lees een vergoeding zou ontvangen van Inter Milan), zij verplicht was De Vrij daarover te berichten. SEG meende dat deze bepaling in dit geval niet op zou gaan  omdat kort gezegd De Vrij wist of zou moeten weten dat SEG van Inter Milan een vergoeding zou krijgen. De Vrij hoefde immers geen koon te betalen. Hij zou volgens SEG ook op de hoogte zijn van het financiële belang en daar zelfs afspraken over hebben gemaakt. Of dat laatste zo is, betreffen echter feitelijk beoordelingen en de Hoge Raad gaat daar niet over. De Hoge Raad beoordeelt enkel juridisch en oordeelt dat ook al zouden de door SEG genoemde omstandigheden zich voordoen, SEG nog steeds een mededelingsplicht heeft. Die heeft zij geschonden. De Hoge Raad bevestigt dat een partij als SEG nu juist uit eigen beweging moet melden dat zij een belang heeft.

Dit sluit ook aan bij de uitzondering die artikel 7:418 BW bevat. Deze regeling bevat enkel een uitzondering op de mededelingsplicht wanneer het belang van SEG zo nauwkeurig zou vaststaan dat het is uitgesloten dat dit strijdt met het belang van De Vrij. Daar is geen sprake van.

Dit betekent dat komt vast te staan dat SEG tekort is geschoten in de bemiddelingsovereenkomst met De Vrij en dus aansprakelijk is voor de door De Vrij geleden schade. Daar is geen beroep meer tegen mogelijk.

Schade

Zelfs wanneer duidelijk is dat een partij aansprakelijk is, hoeft zij nog niet altijd schade te vergoeden. Het moet immers wel duidelijk zijn dat en welke schade is geleden. De begroting van de schade is echter van nature een ingewikkelde opgave. Schade vergt immers altijd nu juist altijd een beoordeling van een hypothetische situatie. In dit geval “wat zou er zijn gebeurd, wanneer SEG wél aan De Vrij had verteld dat zij een vergoeding ontving van Inter Milan?”. Het is daarbij in principe aan de partij die meent schade te hebben geleden om te bewijzen dat dit ook zo is. Aan De Vrij dus. Dat laat ruimte voor zogenoemde schadeverweren en die kunnen zeer effectief zijn.

Als oplossing voor dat probleem heeft een rechter diverse tools tot zijn beschikking. Zo kan hij de schade schatten (artikel 6:97 BW). Daarnaast bestaat er in de jurisprudentie ontwikkelde leerstuk van kansschade. Dat speelde in deze zaak een grote rol. Dit leerstuk houdt in dat wanneer het verband tussen de mogelijke schade en de tekortkoming vaststaat, de schade wordt berekend op basis van de gemiste kans op een betere uitkomst. De Rechtbank oordeelde dat De Vrij 50% kans had op het bedrag dat Inter Milan nu aan SEG heeft betaald. Zij kende een schadevergoeding toe van EUR 4,75 miljoen.

In hoger beroep oordeelde het Hof ook dat het de schade diende te schatten op grond van artikel 6:97 BW en overwoog vervolgens dat het de kansschade berekent. De Hoge Raad oordeelt anders en zegt dat het Hof weliswaar zegt de kansschadeleer toe te passen, maar dit het dit feitelijk nu juist niet doet. Het Hof neemt namelijk als uitgangspunt dat De Vrij een hogere vergoeding had kunnen krijgen in plaats van te bepalen wat de kans zou zijn dat De Vrij een hogere vergoeding zou krijgen. Het Hof schat vervolgens hoe hoog die vergoeding dan zou zijn. 

SEG had echter juist gesteld dat De Vrij geen betere vergoeding had kunnen krijgen en dus dat de aanname van het Hof niet juist is. Zij had aangeboden dat een directeur van Inter Milan daarover als getuige kon worden gehoord. Wanneer uit getuigenbewijs volgt dat De Vrij geen hogere vergoeding zou hebben gekregen, ontvalt de grondslag voor de schade in beoordeling van het Hof en hoeft deze ook niet te worden vergoed.

Het Hof heeft het bewijsaanbod zonder motivering gepasseerd en daar gaat het mis. Volgens de Hoge Raad had het Hof dit getuigenaanbod niet zomaar mogen passeren. Het had op zijn minst moeten motiveren waarom het aanbod werd gepasseerd. Dat moet dus opnieuw volgens de Hoge Raad en hij verwijst de zaak naar Hof Den Haag.  

Ook een ander punt op het gebied van schade ging volgens de Hoge Raad mis in de hoger beroep zaak. De oorzaak daarvan ligt in de spelregels voor de hoger beroep procedure. Die zijn net even wat anders dan de spelregels in eerste aanleg. Een hoger beroep wordt namelijk beperkt door de onderdelen waar partijen tegen opkomen. Bovendien mag een appellante (SEG) die in hoger beroep gaat niet slechter af zijn dan in eerste instantie, wanneer niet ook de wederpartij (De Vrij) hoger beroep aantekent tegen het vonnis.

In deze zaak kende het Hof een hogere schadevergoeding toe in hoger beroep, terwijl De Vrij niet tegen de hoogte van de schadevergoeding in beroep was gegaan. Ook dat onderdeel moet volgens de Hoge Raad dus opnieuw.

Conclusie

De Hoge Raad geeft SEG dus gelijk waar zij meent dat Hof fouten heeft gemaakt bij het bepalen van de schade. Voor die onderdelen verwijst de Hoge Raad de zaak terug naar het Hof, dat opnieuw over deze onderdelen zal moeten oordelen. Daarbij zal ongetwijfeld gekeken worden naar het bewijsaanbod. De uitkomst kan dan ook zijn dat De Vrij veel minder of zelfs geen schade krijgt vergoed. De zaak zal overigens niet  door hetzelfde Hof Amsterdam worden behandeld, maar door het Hof Den Haag. Dit Hof zal zich enkel beperken tot de twee vragen over de schade, waarbij zij bij het slagen van de grieven van SEG wel naar de eerder ingenomen standpunten van De Vrij zal kijken.

Dat SEG tekort is gekomen en aansprakelijk is voor schade staat met de beoordeling van de Hoge Raad wel vast.

Wilt u meer weten over deze zaak? Of heeft u een andere vraag over sportrecht, arbitrage of andere geschillen, neem gerust contact met mij op via e-mail (vanegmond@conway-partners.com) of telefonisch (010 204 22 00).