Vitesse gered door gebreken in procedure KNVB, althans voorlopig

Geen sportrecht zaak heeft zoveel het nieuws gehaald de laatste tijd als de licentiezaak van Vitesse. Nadat de Licentiecommissie van de KNVB de betaald voetbal licentie introk, verloor Vitesse eerst haar beroep bij de Beroepscommissie. Vervolgens ving zij bot ving bij de Rechtbank, maar uiteindelijk kwam zij toch als voorlopige winnaar uit de strijd door haar overwinning bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Voorlopig, omdat nog cassatie openstaat tegen het arrest én omdat het gaat om een kort geding waarin geen definitieve beslissingen kunnen worden genomen. Daarvoor is de bodemprocedure. In dit blog zal ik u meenemen in de betekenis daarvan, waarna ik ook nog zal ingaan op wat het Hof nu heeft geoordeeld.

Voorlopige karakter

Maar wat betekent dat nu, een voorlopig karakter? In dit geval betekent het dat de kort geding rechter in hoger beroep het besluit van de KNVB om de licentie in te trekken, heeft geschorst. Aan deze schorsing zit geen einddatum. Dat maakt de schorsing niet definitief. In een kort geding procedure kunnen in principe namelijk alleen voorlopige maatregelen worden genomen. Daarbij gaat men ervan uitgegaan dat er vervolgens een zogenoemde bodemprocedure plaatsvindt, waarin een geschil in volle omvang wordt aan de rechter wordt voorgelegd.

Het kort geding biedt niet ruimte voor een volledige toetsing. Zo is in deze procedure bijvoorbeeld geen plaats voor uitgebreide bewijslevering. Dat komt door de korte termijnen. In deze zaak werd zelfs gesproken van een turbo spoedappel. Daarom kan een kort geding beslissing in principe niet definitief zijn. Dat wil niet zeggen dat het tot een definitieve oplossing kan leiden, en dat gebeurt ook vaak. In dit geval bijvoorbeeld wanneer partijen geen bodemprocedure starten.

Een bodemprocedure duurt vaak langer en kan gerust 1 tot 2 jaar duren, waarbij de rechter alle argumenten en bewijs zorgvuldig kan toetsen en meenemen in zijn of haar afweging. Deze procedure is met meer waarborgen omkleed. Een beslissing in deze procedure gaat dan ook altijd voor op een beslissing in kort geding.

De beslissing van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om het licentiebesluit van de KNVB te schorsen loopt daarom vooruit op wat het Hof verwacht dat een rechter in de bodemprocedure zal beslissen. Uit het arrest volgt dat het Hof verwacht dat de bodemrechter het licentiebesluit zal vernietigen. Overigens kan een kortgedingrechter niet zelf de vernietiging uitspreken, omdat het een definitief en geen voorlopig karakter heeft.

Procedurele gebreken

Hiervoor stipte ik het al aan. Het Hof verwacht dat een bodemrechter het licentiebesluit zal vernietigen. Kort gezegd, oordeelt het Hof dat de KNVB (de Licentiecommissie en de Beroepscommissie) op diverse punten niet de juiste procedures hebben gevolgd en onzorgvuldig en overhaast heeft gehandeld. Dat strijdt met de reglementen van de KNVB en met de redelijkheid en billijkheid.

Dit oordeel heeft geleid tot enkele stevige koppen in diverse media aan het adres van de KNVB:

  • KNVB krijgt ervan langs: ‘Te veel haast gemaakt in zaak-Vitesse’ NOS:
  • Wonderbaarlijke terugkeer Vitesse betekent pijnlijke afgang voor KNVB AD (Sjoerd Mossou)
  • KNVB krijgt van rechters flinke tik op de vingers in sensationele Vitesse-zaak Nu.nl

Maar wat heeft het Hof nu precies beoordeeld? Zoals gezegd, zal het Hof moeten beoordelen of een bodemrechter het licentiebesluit in stand zal laten. Een bodemrechter heeft echter zeer beperkte gronden om een dergelijk besluit aan te tasten. Een bodemrechter kan bijvoorbeeld, niet toetsen of Vitesse recht heeft op de licentie of niet. Zij toetst enkel of de wijze waarop de KNVB tot het licentiebesluit kwam, niet in strijd is met diverse regels of de redelijkheid en billijkheid. Ik schreef hier al eerder over, naar aanleiding van procedures die onder andere De Graafschap en FC Utrecht startten tegen de KNVB. In juridische termen, kan een bodemrechter een licentiebesluit enkel vernietigen, (zie artikel 2:15 BW en ook overweging 4.7 van het Hof):

  1. wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen;
  2. wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist;
  3. wegens strijd met een reglement.

In deze zaak oordeelde het Hof dat het verwacht dat een bodemrechter het licentiebesluit in strijd is met de reglementen van de KNVB en de met redelijkheid en billijkheid en dus zal vernietigen.

Versnelde procedure

Het Hof oordeelt allereerst dat de Beroepscommissie afweek van de gebruikelijke procedure (de Beroepscommissie erkent dit letterlijk).  Deze procedure werd door de Beroepscommissie versneld, zonder dat deze volgens het Hof met voldoende waarborgen was omkleed. Hierbij kwam in het bijzonder het fundamentele recht op hoor en wederhoor in het gedrang. Vitesse kreeg bijvoorbeeld geen tijd en mogelijkheid om te reageren op het verweer van de licentiecommissie dat op de dag van de mondelinge behandeling werd ingediend. Ook stukken die Vitesse nadien als reactie indiende, werden door de Beroepscommissie niet meer betrokken in het oordeel. Zo oordeelde de Beroepscommissie dat er veel onduidelijkheid bestond over de aandelenverkoop aan de Sterkhouders, terwijl Vitesse deze informatie nu juist nog voor de beslissing had verstrekt. De Beroepscommissie mocht deze stukken volgens het Hof niet negeren. Omdat zij dat wel deed, oordeelt het Hof dat het besluit van de Beroepscommissie in strijd met de reglementen en de wettelijke en statutaire bepalingen die de totstandkoming van het licentiebesluit regelen. 

Licentiecommissie en Beroepscommissie namen ten onrechte diverse (onjuiste) elementen mee in hun beoordeling

Het Hof oordeelt dat de Licentiecommissie en Beroepscommissie in redelijkheid ook niet tot de afweging had kunnen komen dat de licentie van Vitesse zou worden ingetrokken.

Zo heeft de Licentiecommissie diverse zaken meegenomen in haar overwegingen, die zij volgens het Hof niet mocht of kon meenemen:

  • Side-letter: De Licentiecommissie heeft in haar intrekkingsbesluit geoordeeld dat één van de redenen voor intrekking van de licentie zou zijn dat Vitessen een afspraak (een zogenoemde side-letter) tussen een mogelijke nieuwe aandeelhouder en de oude aandeelhouder zou hebben verzwegen. Vitesse wist zelf ook niet van deze afspraak, die juist via de side-letter geheim was gebleven. Dat was het kennelijke doel van deze aandeelhouders bij de side-letter. Het Hof oordeelt dat het derhalve niet redelijk is dit mee te wegen in de besluitvorming. 
  • Bereidheid Vitesse om zich te committeren aan Licentiereglement: De Licentiecommissie en Beroepscommissie overwogen dat Vitesse niet bereid zou zijn inzicht te geven in haar, doordat Vitesse beroep heeft aangetekend tegen de besluiten waarin zij werd gemaand een leningsovereenkomst te verstrekken. Het Hof oordeelt dat Vitesse het recht heeft zich te verdedigen (verdedigingsbeginsel) en oordeelt dat het enkele feit dat ze zich verdedigde omdat zij van oordeel was dat ze niet hoefde mee te werken, niet maakt dat Vitesse na in het ongelijk te zijn gesteld, ook daadwerkelijk niet bereids was mee te werken.
  • Onverwijld verstrekken nieuwe informatie: De Beroepscommissie verwijt Vitesse niet onverwijld (direct) nieuwe informatie over de overname door de Sterkhouders te hebben verstrekt. Het Hof oordeelt dat Vitesse dat weliswaar niet direct de documenten zijn verstrekt, maar dat het Vitesse vrijstond om eerst advies van haar advocaat in te winnen toen zij deze stukken ontving. Dat het als gevolg daarvan enkele dagen heeft geduurd, betekent volgens het Hof niet dat geen sprake is van “onverwijld” doorsturen.

Een andere opvallend detail is dat de Licentiecommissie op 23 mei 2025 een voorlopig besluit tot intrekking van de licentie nam. Zij baseerde dat op een tweetal overtredingen (niet verstrekken van een (ongelakte) leningsovereenkomst) terwijl over deze overtredingen nog een beroep aanhangig was. Daarmee stonden de overtredingen dus niet vast. Ook dit heeft bijgedragen aan het oordeel van het Hof dat Licentiecommissie niet in redelijkheid tot haar oordeel kon komen.

Belangenafweging

Het Hof had dus best het een en ander aan te merken op de handelwijze van zowel de Licentiecommissie als de Beroepscommissie. Deze commissies hadden evenwel ook andere belangen oog te houden dan alleen het belang van Vitesse. Zo lag er een brief van de belangenbehartiger van de clubs uit de Eerste Divisie, die wijzen op de “aanzienlijke organisatorische en praktische problemen” die het tussentijds uitvallen van een club zou veroorzaken.

Deze belangen moeten ook in het oog worden gehouden. Het Hof oordeelde evenwel dat deze belangen “niet afdoen aan het belang van de club dat bij een procedure over de intrekking van haar proflicentie de grootst mogelijke zorgvuldigheid wordt betracht.” Dit rechtvaardigt niet dat de beroepsprocedure bij als een spoedprocedure wordt gevoerd, omdat deze dan klaar is voor de start van de competitie.

Hoe nu verder?

Voor nu is het afwachten of de KNVB in cassatie gaat, zij meent namelijk dat zij de afgesproken procedures en regelgeving correct en zorgvuldig heeft gevolgd. De KNVB heeft echter nog geen mededelingen gedaan en houdt het ook na publicatie van het uitgebreide vonnis tot een kort statement dat zij samen met haar adviseurs de mogelijke vervolgstappen en consequenties in kaart gaat brengen.

Wanneer de KNVB geen cassatie instelt, zal alles afhangen van een bodemprocedure. Die kan wel even duren. Of het zover komt, is echter de vraag. Partijen kunnen ook nader tot elkaar komen. Daarmee sluiten zij de onzekerheid van een procedure uit. Wilt u meer weten over deze zaak? Of heeft u een andere vraag over sportrecht, arbitrage of andere geschillen, neem gerust contact met mij op via e-mail (vanegmond@conway-partners.com) of telefonisch (010 204 22 00).